Blackburn Rovers FC, één van de medestichters van de Football League, werd in 1875 door voormalige studenten van het Blackburn College opgericht. In 1878 speelden de Rovers als allereerste in de geschiedenis een avondwedstrijd in kunstlicht en tegen 1886 had Blackburn drie maal na elkaar de FA Cup gewonnen. Een stunt die niemand ooit nadeed.
Tot aan de oprichting van de Premier League kenden de Rovers vooral succes voor 1930. Ze veroverden tweemaal de Engelse landstitel en maar liefst zes keer de FA Cup.
In het begin van de jaren negentig schoot de slapende reus, onder impuls van miljardair Jack Walker, plots wakker. Uncle Jack pompte vele miljoenen ponden in zijn geliefde club en trok voormalig Liverpool-legende Kenny Dalglish aan als manager. Dalglish loodste de Rovers, via de play-offs, naar de pas opgerichte Premier League. In het eerste seizoen eindigde de club uit Lancashire mooi zesde. In 1994 streden ze tot de laatste speeldag voor de felbegeerde landstitel, maar moesten uiteindelijk Manchester United laten voorgaan. Het daaropvolgende seizoen, 1994-1995, was het eindelijk zover. Walker's droom kwam eindelijk uit... Meer dan tachtig jaar na hun vorige titel pakten de blauwwitten de hoogst mogelijke prijs in Engeland. De Premiership !
Na het veroveren van de landstitel, nu al veertien seizoenen geleden, kende het team uit Lancashire enkele hoogtes en laagtes. Blauw-wit zag sterren uit het kampioenen als Alan Shearer, Chris Sutton, Graeme Le Saux, Colin Hendry, Tim Sherwood... één voor één vertrekken en sportief gleden ze naar de afgrond om uiteindelijk in de Engelse tweede klasse te verzeilen.
Na het overlijden van voorzitter-miljardair Jack Walker, in 2000, diende de financiële broeksriem aangehaald maar onder leiding van Graeme Souness klommen ze, vooral via goedgerichte aankopen en een uitstekende jeugdwerking, toch uit het dal. De Rovers bewerkstelligden hun terugkeer naar de Premier League. Een mooier afscheidscadeau kon het team Uncle Jack niet geven. Damien Duff, David Dunn & Matt Jansen - allen uit de eigen jeugdopleiding - hadden hierin een groot aandeel.
Met de nodige versterkingen haalden de Rovers het daaropvolgende seizoen de Liga Beker binnen en kwalificeerden zich twee seizoenen op rij voor de Uefabeker.
Hoogtepunt van het seizoen 2004/2005 was ongetwijfeld de halve finale van de FA Cup tegen Arsenal. In de competitie daarentegen liep het voor geen meter, tot manager Souness naar Newcastle Utd verkastte. Men haalde er ter vervanging ex-speler Mark Hughes binnen. Sparky zorgde opnieuw voor discipline en vechtlust in het team. De Rovers werden voor de rest van de competitie een te duchten en moeilijk te ontwrichten tegenstander. Zowel uit, als in het eigen Ewood Park, slikten ze nog amper doelpunten en verzekerden ze nog makkelijk het behoud.
Sindsdien ging het alsmaar beter met de club uit Lancashire. Tijdens de editie 2005/2006 van de Premiership verrasten ze vriend en vijand en sloten de Rovers het seizoen af op een verdiende zesde plaats.
Blackburn groeide uit tot een collectief zeer sterk geheel en heel wat zogenaamde grote ploegen kwamen dan ook met lood in de schoenen naar Ewood Park afgezakt. Zowel Manchester Utd als Arsenal en Chelsea gingen er voor de bijl en zelfs in het eigen Old Trafford konden de Reds geen enkel puntje thuishouden.
Hughes ontpopte zich tot één van de beste managers uit de Premier League en had een uitstekende neus voor jong, onbekend talent. Hij viste, zonder één uitzondering, telkens goudhaantjes van de transferlijsten. Zelfs grote namen als Benni McCarthy en Roque Santa Cruz kon hij overtuigen om voor Blackburn te tekenen.
Tijdens dit tussenseizoen tekende Sparky echter een lucratief contract bij Manchester City. Clubmonument Brad Friedel trok naar Aston Villa en sterspeler David Bentley naar Tottenham. Doemdenkers meenden dat Blackburn wel eens een zeer moeilijk seizoen tegemoet zou gaan, maar kersvers manager Paul Ince loodste zijn team alvast met vrucht doorheen de eerste weken van het seizoen.
|