Jack Walker werd op 19 mei 1929 in Little Harwood, Blackburn geboren. Hij had nog twee broers, Fred en George, en één zus, Jean.
Jack liep school in de Bangor Street School in Bastwell, Blackburn.
Nadat Jack de school had verlaten ging hij aan de slag bij zijn vader. Charles Walker had immers een ijzerwinkeltje in de St. Peter Street.
In 1950, na Charles' dood, namen Jack en zijn broer Fred het familiebedrijfje over.
De twee broers bouwden het bedrijfje zodanig uit dat het voortdurend groeiende "Walkersteel" diverse keren diende te verhuizen.
In 1970 bouwden beide broers een nieuwe Walkersteel fabriek in Guide. Het bedrijf bleef explosief groeien en werd de grootste van de wereld in zijn soort. Tegen het einde van de jaren tachtig verschafte Walkersteel werk aan meer dan drieduizend werknemers en had het meer dan zestig vestigingen.
Toen de Walker broers op pensioen gingen verkochten ze hun bedrijf voor net geen half miljard euro aan British Steel. De recordverkoop maakte van de simpele arbeidersjongens op slag steenrijke burgers.
In plaats van zich terug te trekken op Jersey en van een rustige oude dag te genieten spendeerde Jack zijn fortuin aan zijn jeugdliefde en kocht hij Blackburn Rovers FC.
In 1991 waren de Rovers niets meer dan een grijze middenmoter in de Engelse Second Division. Niemand leek ooit te hebben gehoord van éne Jack Walker en geen enkele "grote" speler had zin in een transfer naar Lancashire. Jack Walker loste het redelijk simpel op en hij trok Kenny Dalglish aan als manager.
Dalglish kreeg carte-blanche en spendeerde kwistig Jack's centen. Het resulteerde in een onmiddellijke promotie naar de pas opgerichte Premier League.
Tijdens de zomer van 1992 liet Uncle Jack er geen twijfel over bestaan : Blackburn zou potten breken in de Premier League. Het Britse transfer-record werd gebroken en Alan Shearer verkastte voor 3,2 miljoen pond naar Ewood Park. De promovendus eindigde vierde.
Tijdens de zomer van 1994 braken de Rovers nogmaals het transfer-record. Uncle Jack haalde vijf miljoen pond boven om Chris Sutton naar Blackburn te halen.
"SAS", Shearer & Sutton leidden de Rovers, voor het eerst in 81 jaar, naar de kampioenstitel op het hoogste niveau.
Na het succes en nadat de andere Premiership-clubs ook met pakken geld over de brug kwamen verlieten Kenny Dalglish en enkele topspelers Blackburn. Niettegenstaan Uncle Jack zijn geld en zijn vertrouwen bleef schenken aan diverse managers werd de degradatie in 1998/1999 onafwendbaar.
Toen de beelden van een huilende Jack Walker live werden uitgezonden, bleef het supporterslegioen zingen : "there's only one Jack Walker"
De Rovers slaagden er niet in om bij de eerste poging terug te promoveren. Bij de start van het nieuwe seizoen, op vrijdag 18 augustus 2000, ontwaakte Blackburn met het schokkende nieuws dat hun Uncle Jack er niet meer was. Hij had zijn strijd tegen kanker verloren.
Manager Graeme Souness eiste dat seizoen de promotie als eerbetoon aan Jack Walker en op 2 mei 2001 galmde opnieuw "there's only one Jack Walker" door Ewood Park. De Rovers promoveerden opnieuw naar de Premier League.
Iedereen droeg de promotie op aan Mr. Blackburn, Uncle Jack maar kapitein Garry Flitcroft was apetrots toen hij de promotie kon vieren met een T-shirt "Jack, this is 4 you".
Ik ben er zeker van dat ook Jack apetrots was en lachte !
|